Iriscopie

Ogen zijn de spiegels van de ziel. In de iris zijn alle onderdelen van het lichaam zichtbaar. Ziekten, erfelijkheid, beschadigingen en emoties laten zichtbare sporen na in de iris.
Iriscopie is afgeleid van de woorden: iris, wat regenboogvlies betekent en scopos, hetgeen kijken betekent. In de iris kun je zien wat je hebt meegekregen in dit leven (erfelijkheid) en wat je in dit leven hebt opgebouwd.
Elk orgaan en elk onderdeel van het menselijk lichaam reflecteert zich, in geval van ziekte, in een bepaald gedeelte van de iris.
Is het lichaam gezond, dan vertoont de iris een regelmatige, gezonde structuur. Is een of ander lichaamsdeel ziek of een zeker orgaan verstoord, dan wordt in het overeenkomstige gebied in de iris een afwijking zichtbaar, die zich voor elk orgaan steeds op dezelfde plaats voordoet, waardoor het mogelijk wordt, door beschouwing van de iris vast te stellen welke organen in het lichaam zijn aangetast.
Elk orgaan heeft in deiris dus een eigen plek en iedere afwijking toont zich op zijn eigen wijze.
De geschiedenis van de iriscopie gaat terug tot 1000 jaar voor Christus, maar krijgt pas goed voet aan de grond als de apparatuur (en daardoor het onderzoek) verbeterd. Hierdoor kan de iriscopie zich vanaf 1880 verder ontwikkelen.
“De ogen zijn de spiegels van de ziel"