Iriscopie

Iris

Ogen zijn de spiegels van de ziel. In de iris zijn alle onderdelen van het lichaam zichtbaar. Ziekten, erfelijkheid, beschadigingen en emoties laten zichtbare sporen na in de iris.

Iriscopie is afgeleid van de woorden: iris, wat regenboogvlies betekent en scopos, hetgeen kijken betekent. In de iris kun je zien wat je hebt meegekregen in dit leven (erfelijkheid) en wat je in dit leven hebt opgebouwd.

Elk orgaan en elk onderdeel van het menselijk lichaam reflecteert zich, in geval van ziekte, in een bepaald gedeelte van de iris.

Is het lichaam gezond, dan vertoont de iris een regelmatige, gezonde structuur. Is een of ander lichaamsdeel ziek of een zeker orgaan verstoord, dan wordt in het overeenkomstige gebied in de iris een afwijking zichtbaar, die zich voor elk orgaan steeds op dezelfde plaats voordoet, waardoor het mogelijk wordt, door beschouwing van de iris vast te stellen welke organen in het lichaam zijn aangetast.

Elk orgaan heeft in deiris dus een eigen plek en iedere afwijking toont zich op zijn eigen wijze. 

De geschiedenis van de iriscopie gaat terug tot 1000 jaar voor Christus, maar krijgt pas goed voet aan de grond als de apparatuur (en daardoor het onderzoek) verbeterd. Hierdoor kan de iriscopie zich vanaf 1880 verder ontwikkelen.




“De ogen zijn de spiegels van de ziel"



Geschiedenis van de iriscopie

Duizend jaar voor Chrs. kenden de Azteken al Iriscopie. Hippocrates (460-380 v Chr) zou Iriscopie gekend hebben. In de Chinese cultuur werd het oog vaak Iriscopistisch bekeken. 

Pas in 1670 schreef de duitse arts P. Meyens een boek waarin een indeling van de iris werd gegeven. In 1786 schreef de duitse arts  C. Hartels een boek over de "tekens in het oog".  

In 1880 verscheen een iristopografisch overzicht van de hongaarse arts I. von Peczely. Ook een zweedse predikant ontwikkelde een dergelijk overzicht. De duitse priester Emanuel Felke (1865-1926) bracht de Iriscopie tot grote bekendheid. 

Een gerenomeerde instantie voor Iriscopie is het Felke-Instituut (Heimsheim, D.).

Literatuur
 De heer J. Korthuis heeft het boek Oog in Oog geschreven met daarin een voorwoord van Dr. M. Verheyen. Dit boek is een aanbeveling voor iedereen die interesse heeft in de iriscopie.